Gebruik de 'back'-toets van Uw browser om terug te gaan naar de pagina waar U vandaan komt.
Door te klikken op een naam komt U op de bijbehorende stamboom.
Klikt U daar op een naam dan komt U op de bijbehorende tekst.
 
Register Home

MEINDERSMA (genealogie, klik hier)

 

De familie Meindersma komt oorspronkelijk uit Ee bij Dokkum. De naam Meindert komt in de tijd van de Republiek een aantal keren voor en rond 1811 waren er twee halfbroers die de achternaam Meindersma gingen gebruiken (Meindersma is een andere familie dan de ook uit Ee afkomstige familie Meindertsma). Zo onstonden twee takken, de eerste stamde af van Meindert Wiggers en de tweede van Eelke Wiggers. Hier alleen over de tweede tak.

In 1794 schonk de echtgenote van Eelke Wiggers (Meindersma), Eelkje Reinders, het orgel voor de kerk van Ee. Toen het orgel in 1923 verkocht werd en er een nieuw orgel moest komen leverde de familie Meindersma opnieuw een ruime bijdrage.

  
Links het orgel van Van Gruisen in het begin van de 20e eeuw in de kerk van Ee, rechts in de kerk van Burgh
op Schouwen-Duivenland. Het werd in 1923, met uitzondering van de orgelbalustrade, verkocht naar Klazienaveen, waar het in 1945 tijdens Engelse artillerie-beschietingen door granaatscherven werd beschadigd. Vervolgens werd het aangekocht door de kerk in Burgh. Het orgel werd hebouwd en bevat nog één pijp van het oude orgel met het stichtingsopschrift. De ornamenten op de kas ontbreken. De luiken(?) zouden beschilderd zijn door D[irk] Osinga in 1957, verwant aan de Meindersma's. Mijn tekenleraar op de middelbare school in Leeuwarden.

In 1808 kreeg de kerk van Ee een legaat op grond van een olografisch testament uit 1804 van hetzelfde echtpaar.


Grietenijkaart Oostdongeradeel [Schotanus 1693-1718]

 

In 1796 legden twee zoons van Eelke Wiggers de eerste steen van Mockema state.

In de jare 18 Hondert min vier laagen Douwe en Fetse Eelkes den eersten steen alhier

 

Een kleinzoon van Eelke Wiggers, Pieter Fetzes Meindersma [1830-1893], legde samen met zijn broer Douwe Fezes Meindersma [1834- ], de eerste steen van twee boerderijen in Ee. In 1841 één op het terrein noordelijk van de vroegere Mockema state en alleen in 1907 één ten oosten van het terrein van die state. De tekst van de stichtingssteen van de eerste luidt:

den 3 april 1841 werd door Pieter
en Douwe Fetzes Meindersma
de eerste steen gelegd.
De tijd vergrijst het licht verdwijnt
Ook dit verblijf valt eens in puin
Uw oog zie dus naar ̀s hemels kring
Bewoon dit huis als vreemdeling


De boerderij op het terrein van Mockema state uit 1841

Van de tweede:

De eerste steen gelegd
door P. Fetzes Meindersma
31 Julij 1907

P.F. Meindersma huwde Petronella Idses Idsinga.


Pijp met benen steel en een porseleinen kop van Pieter Fetzes Meindersma uit 1849. Niet de huwelijkspijp, want hij trouwde in 1855

Op het internet is de volgende omschrijving van een boerenbruiloft te vinden:

Na het jawoord en het ondertekenen van de aktes wordt de huwelijkspijp door de bruidzuster binnengebracht.
Dit is de zuster van de bruid.
Zij geeft de versierde kalken pijp aan de bruid en die geeft op haar beurt de pijp weer aan haar man.
Vervolgens houdt ze het brandend komfoor bij, zodat de vlam in de Heerenbaai komt.
Door dit symbool toont zij aan dat zij haar man gedienstig zal zijn.
Deze pijp draagt de bruidegom de gehele dag bij zich.
Na afloop komt de pijp in een kastje aan de wand te hangen.
Bovendien mocht de pijp niet breken, want dat was een slecht voorteken voor het huwelijk.
Meestal werd de bruidegompijp bij andere belangrijke gelegenheden weer te voorschijn gehaald.
Na het plechtige gedeelte is het de hoogste tijd om feest te vieren.
Maar eerst wordt het jonge bruidspaar veel geluk gewenst door familieleden en bekenden.
Zij bieden het paar geschenken aan, in de vorm van linnengoed, dat vroeger opgerold in de linnenkast bewaard werd.
De bruidegom kreeg van zijn ouders bij het linnengoed een doodshemd.
Dat was de gewoonte, de dood hoort bij het leven.
Omdat het bruidspaar eigenlijk “Boer en Boerin” worden, hoort bij de geschenken ook wat vee.
Een echte kraantjeskan wordt hen ook aangeboden.
Ondertussen gaat de brandewijn met rozijnen rond, een drank die vroeger nooit ontbrak en al weken van tevoren werd ingemaakt.
Ouderwetse muziek met bijpassende dansen worden door de Skotsploech gebracht.
Wanneer alle gasten aan de bruidstafel zitten en op het bruidspaar wachten, heerst er al een feestelijke stemming.
De bruid strooit eerst nog van alles naar de kinderen in haar buurt, bruidssuikertjes en lovertjes.
Dat wil zeggen dat zij afscheid neemt van haar jeugd.
En dan begint de maaltijd.

 

Toen P.F. Meindersma boer was op de Groote Keeg, bij Wierum, geschiedde het volgende. Op de toren in Wierum was in 1831 een windvaan geplaatst afkomstig van de toren van de voormalige abdijkerk in Dokkum. Bij een zware storm in 1877 woei deze vaan van de toren en sloeg op het kerkedak stuk. P.F. Meindersma liet een nieuwe maken en schonk die zelf of namens het waterschap (op de vaan staat de inscriptie 'Dorps Gekommitteerde P.F. Meindersma' aan de Wierumer kerk. Het is een hele grote geworden, meer dan 1x1 m, weer een schip, deze keer een schokkeraak.

De naast de dijk gelegen kerk van Wierum in 1981

P.F. Meindersma en P.I. Idsinga werden begraven te Hantumhuizen.

    
Grafstenen op het kerkhof te Hantumhuizen voor P.F. Meindersma en P.I. Idsinga

Over de Idsinga's en Wynia's.

 

Meer over een zoon van P.F. Meindersma en P.I. Idsinga, Ids Pieters Meindersma [1856-1911].

 

Meer over de dochter van I.P. Meindersma en A.J. Botma, Petronella Meindersma [1883-1966].

Over de Botma's.
Er bestonden verschillende verbanden tussen de Meindersma's en de Botma's:

Ids Pieters Meindersma [1856-1911] gehuwd met Antje Jans Botma [1857-1929]
Baukje Fetzes Meindersma [1894-1932]
gehuwd met Jan Jans Botma [1889-1954]
Kornelis Pieters Wobma [1837-1860], gehuwd met Baukje Engberts Botma [1840-1893], schoonouders van Fetze Pieters Meindersma [1859-1921] en
Pieter Cornelis Wobma [1795- ], gehuwd met Grietje Hermanus Botma [1803-1883], de ouders van K.P. Wobma.