♦
Van
Bokke Wiggers is bekend dat hij in de 18e eeuw Meindertsma
genoemd werd. In 1811 moesten de gezinshoofden van iedere familie
een achternaam aannemen. Sommige
leden van de familie, waaronder Bokke,
kozen voor de naam Meindersma, zonder
t!
Andere voor Meindertsma. De naam wordt
afgeleid van
Meindert Wiggers,
de grootvader van Bokke.
De Meinder(t)sma's lijken dus familie van elkaar te zijn. Ondanks deze
naamsgeving noemden enkele Meindertsma's zich later Meindersma en omgekeerd. Na verloop
van jaren zijn de namen versteend en hebben zich afzonderlijke families
Meindertsma's en Meindersma's gevormd. Stellig beweren zij geen familie van
elkaar te zijn. Het is nu dan ook te lang geleden.
Een
broer van Bokke,
Eelke Wiggers, nam in 1811 ook de naam Meindersma aan.
Hier
voornamelijk over een aantal afstammelingen van Eelke Wiggers.
Beter gezegd over de voorouders van mijn grootmoeder
Petronella Meindersma (1883).

Eelke Wiggers (1761) was bakker-boer in Ee
bij Dokkum. Later werd hij ook burgemeester (maire). Na verloop van tijd werd hij
hij boer op Unia state (ten oosten
van de kerk
in Ee, Omgong 7-8), een boerderij van zijn tweede vrouw
Eelkje Reinders
(18A).
Unia state in 1974 (l) en 1965 (r) (Herma M. van den Berg. Dongeradelen,
312, 481 en 482)
Zij schonk in 1794 het orgel voor de
kerk van Ee. Toen het orgel in 1923 verkocht werd en er een nieuw orgel moest
komen leverde de familie Meindersma een ruime bijdrage.

Links het orgel van Van Gruisen in het begin van de 20e eeuw in de kerk van Ee,
rechts in de kerk van Burgh
op Schouwen-Duivenland. Het werd
in 1923, met uitzondering van de
orgelbalustrade,
verkocht naar Klazienaveen, waar het in 1945 tijdens Engelse artillerie-beschietingen door granaatscherven werd
beschadigd. Vervolgens werd het aangekocht door de kerk in Burgh.
Het orgel werd hebouwd en bevat nog één pijp van het oude orgel
met het stichtingsopschrift.
De ornamenten op de kas ontbreken.
De luiken(?) zouden
in 1957 beschilderd zijn door
Dirk D. Osinga
(20A),
mijn tekenleraar op de middelbare school in Leeuwarden.
Zijn grootvader
Dirk Douwes(1861) was verwant aan de Meindersma's.
De laatste schreef een gedicht in een
poeziealbum van mijn grootmoeder
Petronella Meindersma (1883). Zie
aldaar het gedicht.
Een jaar na het overlijden van Eelkje
Reinders in 1807 kreeg de kerk van Ee een legaat op grond van haar testament.
In de kerk staat nu nog de Meindersmabank uit 1775.

Meindersmabank uit 1775 in de kerk van Ee (Herma
M. van den
Berg. Dongeradelen, 306, 458, foto 1972)
Eelke legde samen met een zoon van bovengenoemde Meindert Wiggers, ook
Eelke (1777) geheten, de eerste steen van de pastorie te Ee. De
stichtingssteen luidt:
Twee Eelkes hebben
hier den eerste steen gelegd,
de stam van Meindersma mogt beiden 't aanzien geven.
Maak op den levensweg O Heer hunne paden regt en
schenk dees kerk gemeente een u getrouwen knecht
die haar bestendig sticht door voorbeeld leer en leven.
1834 |

Grietenijkaart Oostdongeradeel [Schotanus 1693-1718]
♦ Twee zoons van Eelke en zijn eerste vrouw,
Douwe en
Fetse Eelkes Meindersma, legden in 1796 de eerste steen van een boerderij
aan de Tibsterwei 1-3 (vlak buiten Ee). Eelke werd daar boer. Unia state werd
verpacht.

De 'Meindersma pleats' aan de
Tibsterwei 1-3 uit 1796 (Herma M. van den Berg. Dongeradelen, 315, 489, foto
1965). De schuur is afgebrand en niet herbouwd
 |
|
In de jare 18 Hondert min
vier laagen
Douwe en
Fetse
Eelkes den eersten steen alhier |
Stichtingssteen in de voorgevel van het voorhuis Tibsterwei 1-3 uit 1796
(Herma M. van den Berg.
Dongeradelen, 315, 490, foto 1982)
Na het overlijden van Eelke in 1821
verkreeg zijn zoon Douwe Unia state. Hier verder niet over Douwe en zijn
nabestaanden.
Zijn broer Fetze kwam op de boerderij aan de Tibsterwei. Verder verwierf hij
bijna alle boerderijen in de buurtschap Groot Medhuizen. Sommige werden
afgebroken, andere herbouwd of gebouwd. In 1828 was hij daar gekomen op de
boerderij Mockama state naast de plaats waar vroeger de stins Mockama had
gestaan (Humaldawei 35).
♦
De eerste steen van twee boerderijen
op het terrein van de vroegere Mockama state werden
gelegd door een zoon van Fetze Eelkes,
Pieter Fetzes
Meindersma (1830).
sma's,%2053.jpg)
Links: Pieter Fetzes Meindersma (1830)
[Over Meinder(t)sma's, 53-album Alberda-Meindersma]
Rechts: Douwe Fetzes Meindersma (1834) [Over Meinder(t)sma's, 53-album
Alberda-Meindersma]
In 1841
samen met zijn broer
Douwe Fetzes Meindersma (1834). Nu Humaldawei
39. De tekst van de
stichtingssteen luidt:
den 3 april 1841
werd door Pieter
en Douwe Fetzes Meindersma
de eerste steen gelegd.
De tijd vergrijst het licht verdwijnt
Ook dit verblijf valt eens in puin
Uw oog zie dus naar ̀s hemels kring
Bewoon dit huis als vreemdeling

Humaldawei 39
in 1965
(Herma M. van den Berg.
Dongeradelen, 316, 493)
Alleen van een tweede boerderij, waarvan de
stichtingssteen luidt:
De eerste steen gelegd
door P. Fetzes Meindersma
31 Julij 1907
Aanvankelijk was
P.F. Meindersma (1830) molenaar-boer in Ee.

De korenmolen in Ee
aan het begin van de Tibsterwei met daarvoor een bakkerij rond 1900
(Herma M. van den Berg. Dongeradelen, 313, 484)
Later
werd hij pachter van De Grote Keeg in Wierum.
P.F. Meindersma (1830) huwde
Petronella Idses Idsinga
(1827).

Pijp
met benen steel en een porseleinen kop van Pieter Fetzes Meindersma uit 1849.
Niet de huwelijkspijp, want hij trouwde in 1855
Op het internet
is de volgende omschrijving van een boerenbruiloft te vinden:
Na het jawoord en het ondertekenen van de aktes wordt de huwelijkspijp door de
bruidzuster binnengebracht.
Dit is de zuster van de bruid.
Zij geeft de versierde kalken pijp aan de bruid en die geeft op haar beurt de
pijp weer aan haar man.
Vervolgens houdt ze het brandend komfoor bij, zodat de vlam in de Heerenbaai
komt.
Door dit symbool toont zij aan dat zij haar man gedienstig zal zijn.
Deze pijp draagt de bruidegom de gehele dag bij zich.
Na afloop komt de pijp in een kastje aan de wand te hangen.
Bovendien mocht de pijp niet breken, want dat was een slecht voorteken voor het
huwelijk.
Meestal werd de bruidegompijp bij andere belangrijke gelegenheden weer te
voorschijn gehaald.
Na het plechtige gedeelte is het de hoogste tijd om feest te vieren.
Maar eerst wordt het jonge bruidspaar veel geluk gewenst door familieleden en
bekenden.
Zij bieden het paar geschenken aan, in de vorm van linnengoed, dat vroeger
opgerold in de linnenkast bewaard werd.
De bruidegom kreeg van zijn ouders bij het linnengoed een doodshemd.
Dat was de gewoonte, de dood hoort bij het leven.
Omdat het bruidspaar eigenlijk “Boer en Boerin” worden, hoort bij de geschenken
ook wat vee.
Een echte kraantjeskan wordt hen ook aangeboden.
Ondertussen gaat de brandewijn met rozijnen rond, een drank die vroeger nooit
ontbrak en al weken van tevoren werd ingemaakt.
Ouderwetse muziek met bijpassende dansen worden door de Skotsploech gebracht.
Wanneer alle gasten aan de bruidstafel zitten en op het bruidspaar wachten,
heerst er al een feestelijke stemming.
De bruid strooit eerst nog van alles naar de kinderen in haar buurt,
bruidssuikertjes en lovertjes.
Dat wil zeggen dat zij afscheid neemt van haar jeugd.
En dan begint de maaltijd.
 |
Toen P.F. Meindersma (1830) boer was op de Groote Keeg, bij Wierum, geschiedde het
volgende. Op de toren in Wierum was in 1831 een windvaan geplaatst afkomstig
van de toren van de voormalige abdijkerk in Dokkum. Bij een zware storm in
1877 woei deze vaan van de toren en sloeg op het kerkedak stuk.
P.F.
Meindersma liet een nieuwe maken en schonk die zelf of namens het waterschap
aan de Wierumer kerk (op de vaan staat de inscriptie 'Dorps Gekommitteerde P.F. Meindersma'). Het is
een hele grote geworden, meer dan 1x1 m, weer een schip, deze keer een
schokkeraak.
De naast de dijk gelegen kerk van Wierum in 1981 |
P.F. Meindersma (1830) en P.I. Idsinga (1827)
gingen vermoedelijk rentenieren in het huis van de ouders van zijn vrouw
P.I. Idsinga (1827) in
Hantumhuizen (zie
Ids
Pieters Idsinga (1787)).
Zij werden in Hantumhuizen begraven.

Grafstenen op het kerkhof te
Hantumhuizen voor
P.F. Meindersma (1830) en P.I. Idsinga (1827)
Na het overlijden van Petronella Idses Idsinga in 1903 werd een
taxatie gemaakt
van de huisraad.
♦
Meer over een zoon van
P.F. Meindersma (1830) en P.I. Idsinga (1827),
Ids Pieters Meindersma (1856).
Een broer van I.P. Meindersma was
Fetze Pieters Meindersma (1859). Deze huwde
Wystke
Kornelis Wobma (1866). Van hen is er een nota van de bruiloftskosten in 1889:

♦
Meer over de dochter van I.P. Meindersma (1856) en A.J. Botma (1857),
Petronella Meindersma (1883).
Er bestonden verschillende verbanden tussen de Meindersma's en de
Botma's:
♦
Speeldoosfotoalbum.
|