Klikt U op een naam dan krijgt U informatie over de persoon als die info er
is en anders gaat U naar de bijbehorende stamboom, tenzij U daar al bent
Voor het gemak staan de personen met info in een stamboom in een geel vlak
Niet worden alle broers en zusters genoemd
De familie Meindersma komt oorspronkelijk uit Ee bij Dokkum. De naam Meindert
komt in de tijd van de Republiek een aantal keren voor en rond 1811 waren er
twee halfbroers die de achternaam Meindersma gingen gebruiken
(Meindersma
is een andere familie dan de ook uit Ee afkomstige familie Meindertsma).
Zo onstonden twee takken, de eerste stamde af van
Meindert Wiggers (1748)
en de tweede van
Eelke Wiggers
(1761).
Hier alleen over de tweede tak.
In 1794 schonk de echtgenote van Eelke Wiggers (Meindersma), Eelkje Reinders
(18A), het orgel voor de
kerk van Ee. Toen het orgel in 1923 verkocht werd en er een nieuw orgel moest
komen leverde de familie Meindersma opnieuw een ruime bijdrage.
Links het orgel van Van Gruisen in het begin van de 20e eeuw in de kerk van Ee,
rechts in de kerk van Burgh
op Schouwen-Duivenland. Het werd
in 1923, met uitzondering van de
orgelbalustrade,
verkocht naar Klazienaveen, waar het in 1945 tijdens Engelse artillerie-beschietingen door granaatscherven werd
beschadigd. Vervolgens werd het aangekocht door de kerk in Burgh.
Het orgel werd hebouwd en bevat nog één pijp van het oude orgel
met het stichtingsopschrift.
De ornamenten op de kas ontbreken.
De luiken(?) zouden beschilderd zijn door
D[irk] Osinga in 1957, verwant aan de Meindersma's.
Mijn tekenleraar
op de middelbare school in Leeuwarden.
In 1808 kreeg de kerk van Ee een legaat op grond van een olografisch testament
uit 1804 van hetzelfde echtpaar.
In 1796 legden twee zoons van Eelke Wiggers de eerste steen van Mockema state.
In de jare 18 Hondert min vier laagen
Douwe en
Fetse Eelkes den eersten steen alhier
♦
Een
kleinzoon van Eelke Wiggers,
Pieter Fetzes
Meindersma (1830), legde samen met zijn broer
Douwe Fezes Meindersma (1834), de eerste steen van twee boerderijen in Ee. In 1841 één op het terrein noordelijk van
de vroegere Mockema state en alleen in 1907 één ten oosten van het terrein van
die state. De tekst van de stichtingssteen van de eerste luidt:
den 3 april 1841
werd door Pieter
en Douwe Fetzes Meindersma
de eerste steen gelegd.
De tijd vergrijst het licht verdwijnt
Ook dit verblijf valt eens in puin
Uw oog zie dus naar ̀s hemels kring
Bewoon dit huis als vreemdeling
De boerderij op het terrein van Mockema state uit 1841
Van de tweede:
De eerste steen gelegd
door P. Fetzes Meindersma
31 Julij 1907
Pijp
met benen steel en een porseleinen kop van Pieter Fetzes Meindersma uit 1849.
Niet de huwelijkspijp, want hij trouwde in 1855
Op het internet
is de volgende omschrijving van een boerenbruiloft te vinden:
Na het jawoord en het ondertekenen van de aktes wordt de huwelijkspijp door de
bruidzuster binnengebracht.
Dit is de zuster van de bruid.
Zij geeft de versierde kalken pijp aan de bruid en die geeft op haar beurt de
pijp weer aan haar man.
Vervolgens houdt ze het brandend komfoor bij, zodat de vlam in de Heerenbaai
komt.
Door dit symbool toont zij aan dat zij haar man gedienstig zal zijn.
Deze pijp draagt de bruidegom de gehele dag bij zich.
Na afloop komt de pijp in een kastje aan de wand te hangen.
Bovendien mocht de pijp niet breken, want dat was een slecht voorteken voor het
huwelijk.
Meestal werd de bruidegompijp bij andere belangrijke gelegenheden weer te
voorschijn gehaald.
Na het plechtige gedeelte is het de hoogste tijd om feest te vieren.
Maar eerst wordt het jonge bruidspaar veel geluk gewenst door familieleden en
bekenden.
Zij bieden het paar geschenken aan, in de vorm van linnengoed, dat vroeger
opgerold in de linnenkast bewaard werd.
De bruidegom kreeg van zijn ouders bij het linnengoed een doodshemd.
Dat was de gewoonte, de dood hoort bij het leven.
Omdat het bruidspaar eigenlijk “Boer en Boerin” worden, hoort bij de geschenken
ook wat vee.
Een echte kraantjeskan wordt hen ook aangeboden.
Ondertussen gaat de brandewijn met rozijnen rond, een drank die vroeger nooit
ontbrak en al weken van tevoren werd ingemaakt.
Ouderwetse muziek met bijpassende dansen worden door de Skotsploech gebracht.
Wanneer alle gasten aan de bruidstafel zitten en op het bruidspaar wachten,
heerst er al een feestelijke stemming.
De bruid strooit eerst nog van alles naar de kinderen in haar buurt,
bruidssuikertjes en lovertjes.
Dat wil zeggen dat zij afscheid neemt van haar jeugd.
En dan begint de maaltijd.
Toen P.F. Meindersma (1830) boer was op de Groote Keeg, bij Wierum, geschiedde het
volgende. Op de toren in Wierum was in 1831 een windvaan geplaatst afkomstig
van de toren van de voormalige abdijkerk in Dokkum. Bij een zware storm in
1877 woei deze vaan van de toren en sloeg op het kerkedak stuk.
P.F.
Meindersma liet een nieuwe maken en schonk die zelf of namens het waterschap
(op de vaan staat de inscriptie 'Dorps Gekommitteerde P.F. Meindersma'
aan de Wierumer kerk. Het is
een hele grote geworden, meer dan 1x1 m, weer een schip, deze keer een
schokkeraak.
De naast de dijk gelegen kerk van Wierum in 1981
P.F. Meindersma (1830) en P.I. Idsinga (1827) werden begraven
te Hantumhuizen.
Grafstenen op het kerkhof te
Hantumhuizen voor
P.F. Meindersma (1830) en P.I. Idsinga (1827)