
Het wapen van de familie Botma komt in verschillende varianten voor, maar meestal met klaverbladen
en botvissen. Hier zijn drie botvissen afgebeeld. Soms staan ze in een andere
rangschikking. Het is een sprekend wapen. Verder drie klaverbladen. De klavers
lijken oorspronkelijk in een rood veld te staan, zoals op onderstaande tekening
in de kerk van Morra. Later, na de Franse tijd, misschien om het verschil aan te
geven tussen de 'oude' en de 'nieuwe' Botma's, zijn de kleuren veranderd (drie
klavers in een blauw veld) of misschien in navolging van de kleuren van het
wapen op het orgel te Morra (zie hieronder). De klaver werd vaak door (greid)boeren
gebruikt. En tenslotte de halve adelaar als teken dat men uit Friesland kwam.
Als helmteken zien wij twee korenaren (bouwboer), maar evenals in de kleuren van het wapen varieert men.
Op de bank in de kerk in Morra staat ook nog een klaver (zie hieronder)

Links: Grietenijkaart Schotanus 1693-1718. Midden: Kadastrale minuutplan
1832.
Rechts: Topografische kaart 1982-1990.
De stins heeft wellicht op een omgracht terrein gestaan.
Aan de zuid-zijde was een poortgebouw met brug naar een weg die naar de kerk
liep.
Op het linker kaartje is ook een omgracht terrein ten noord-oosten van de naam
Botma getekend.
De stins is op het middelste kaartje afgebroken en vervangen door een boerderij.
Het rode gebouw. Die boerderij is
er inmiddels ook niet meer.
Op het rechter kaartje is daar een terp aangegeven met aan de zuid-rand daarvan een gebouw.
♦
Het geslacht Botma, dat tot in de 15de eeuw te traceren is,
komt oorspronkelijk uit noord-oost Friesland. Aanvankelijk woonden zij op Botmastate in Morra bij Dokkum. Tot 1698 noemden zij zich Bottema. Na verloop van
tijd kwam, we noemen het maar de eerste tak, terecht in onder meer Anjum en het
daarbij gelegen Ezumazijl. Het waren
voornamelijk hereboeren. Vaak Grietman (burgemeester/rechter)
of dijkgraaf (hoofd waterschap).

Grotebuurt in Morra in 1966

De kerk te Morra

Wapen in de kerk in
Morra in de
oude kleuren
Links naast het doophek in de kerk van Morra staat de
Botmabank. Gezien de initialen 'GWB' hebben we te maken met de alliantiewapens voor
Gabe Wygers Botma
(±1580) en
zijn vrouw
Antje Sakes Boelema.

Het wapen
met de drie klavers
voor Antje Sakes Boelema (16d) ziet er net zo uit als dat voor Aukje Gerrits Roorda
(17a) en dat voor Folkert
Kornelis (1745, zie hieronder).
Alle drie in combinatie met dat van Botma. Men beweert dat dit wapen het oorspronkelijke wapen van de Botma's is, maar het
gaat elke keer om een andere familie.
Het is wel opvallend. Wat zou hier achter zitten? Hadden ze dit wapen
gekozen,omdat ze er zelf geen hadden?
In
1638 werd het eiland Schiermonnikoog door de Staten
van Friesland
verkocht
aan twee strijkgeld-schrijvers. Eén daarvan was genoemde Gabe Wiegers Botma (±1580).
Hij was rekenmeester van Friesland. Een jaar later werd het eiland weer
verkocht.
♦
Een zoon van Gabe Wiegers,
Wieger Gabes
Botma (1621) kwam om op zee toen hij op een reis was van Schiermonnikoog
naar huis. Pas een half jaar later werd hij gevonden. De tekst
van zijn grafzerk (onder de vloer in de kerk in Morra?) luidt:
1638 den 4en November sterf den erentvesten Wijger Botma oud 18 jaer min 9 weken
en is den 10 May 1639 weder ghevonden en leit hier begraven.
|
Hier legh Ick ach! een ionck student.
Wygerus Botma welbekent.
Ick reis vant Oogh naet Vaderlant.
Maert Hemels was het dat ick vant:
Want mits een storm onstond op zee
Verdronck ick en noch vijre mee.
Allen Rommertsma reackt aent lant,
En ach ick dreef naart Noortse strand.
Doch met verloop van een halfjaer.
Vond men myn doode riffe aldaer;
Enso door Gods wonder bestier,
Rust ick noch bij mijn vrienden hier |
♦ Een oudere broer van Wieger,
Sake Gabes Botma
(1604) was gehuwd met
Aukje Gerrits
Roorda.
Van hen is er in het Rijks Museum een zilveren brandewijn kom,
voorzien van hun wapens en initialen.

B randewijnkom gemaakt door de Dokkumer Paulus Zacharias
in 1647 (BK 15561).
Het wapen
met de drie klavers
voor Aukje Gerrits Roorda (17a)) ziet er net zo uit als dat voor Antje Sakes
Boelema (16d) en dat voor Folkert
Kornelis (1745, zie hierboven en hieronder).
♦
Een zoon van Sake,
Gerrit Sakes Botma
(1651), was getrouwd met Jantje Nannes
(1656). Vijf jaar na zijn overlijden schonk zij
het orgel in de kerk te Morra. Het werd gemaakt door Michael Swarzburg. De alliantiewapens zijn
in de Franse tijd verwijderd en bij de restauratie in 1986 evident
fout gekleurd.

In de noordmuur van de kerk is de grafzerk voor Gerrit Sakes Botma en Jantje Nannes ingemetseld. Het randschrift luidt:
Anno 1747
den 30ste Maert is in de Heere gerust den [Eer]bare Jantie Nammes de huisvrouwe
van Gerrit Saakes Botma in leeven geweest bysitter dyk[graaf] van
Oostdongeradeel out in haer 91ste jaer ende leit alhier begraven. Al die hier op
my komt treeden gedenkt maer vry op my; Al leg ik hier byneeden ik ben geweest
als gy
En in een cartouche:
Ao 1735 den 18 maart is in den Heere gerust
den eersaamen seer discreeten Gerrit Sakes Botma in leven oud bisitter en
Dijk[graaf] van Oostdongeradeel en dijkxs volmacht van het dorp Morra oud
omtrent 84 jaaren legt alhier begraven verwagtende een salige opstandinge in
Christus Jesus Amen
(Gevolgd is met enige
verbeteringen en aanvullingen de transcriptie van Herma M. van den Berg:
Noordelijk Oostergo, De Dongeradelen in De Nederlandse Monumenten van
Geschiedenis en Kunst)
De alliantiewapens zijn onherkenbaar afgekapt. De naam Nammes is wellicht
verkeerd geschreven. Het moet Nannes zijn, zoals ook op het orgel wordt vermeld.
Jantie zou de dochter zijn van Nanne. De naam Namme komt niet voor.
♦
Gerrit Sakes Botma (1651) en Jantje Nannes (1656) kregen o.a. een zoon Gabe Gerrits Botma
(1687?). Van hem is een zilveren lakzegelstempel in een beugel met enkele andere hulpmiddelen
bewaard gebleven. Het stempel zou ook als pijpenstamper gebruikt kunnen worden.
Het wapen staat in spiegelbeeld, omdat het als stempel diende.
Aan het uiteinde
zit een ringetje, waaraan vermoedelijk een ketting kon om het aan de kleding te
bevestigen, net zoals dat bij horloges geschiedde. Op de beugel staan de initialen G.G.B.
Gezien het zilvermerk is het werktuig gemaakt door de Dokkumer Klaas Heixan.
Deze stond ingeschreven in het gildeboek van 1704 tot 1738. Dit komt overeen met
de tijd waarin G.G.B. leefde. Hoe mijn overgrootmoeder A.J. Botma
hieraan gekomen is weet ik niet. Zij was een nakomeling van een broer van G.G.B., vijf generaties verder. Misschien is G.G.B.
ongehuwd overleden.
%20(KlHeixan,%20Dokkum),%20wapen%20Botma.jpg)
NA DE FRANSE TIJD
♦
Tegen het einde van de 18de eeuw is
de stam van de familie Botma uitgestorven en zijn twee takken via de vrouwelijke lijn ontstaan. Waarschijnlijk
doordat de naam niet meer doorgegeven kon worden en/of door het Decreet van Keizer Napoleon op de
naamsaanname, gingen twee personen, getrouwd met een Botma, de naam Botma voeren. Dat
kwam als volgt. Sake Gerrits Botma
(1681?),
een broer van Gabe Gerrits, huwde twee maal. Uit het eerste
huwelijk kreeg hij een zoon en drie kleindochters. De oudste
daarvan, Grietje Hermanus
Botma (1748) huwde
Engbert Lieuwes
(1745). Deze laatste nam in 1811 de naam Botma aan. Van deze tak stamt mijn overgrootmoeder af. Hier met name over de
tak van Engbert Lieuwes en Grietje Hermanus.
Uit het
tweede huwelijk kreeg Sake drie kinderen. Twee overleden en de jongste,
Trijntje Sakes Botma
(1745)
huwde Folkert Kornelis
(1745). Hij noemde zich ook Botma, waarmee een tweede tak aanvangt.

Nachthemd voor, gezien de initialen S.G.B. je zou zeggen, Sake Gerrits Botma
(1681). Bijgestikt in roze is de letter R., maar ik weet niet
voor wie, misschien Rijpma
(1816)?
Wat betreft de tak van
Engbert Lieuwes en Grietje Hermanus:
♦ Grietje Hermanus wist rondom 1800 Adson, een
boerderij even ten noord-oosten van Anjum, te verkrijgen.
De naam Adson, men heeft het ook wel over Adsen, is
eigenlijk een verschrijving van 'Ald finne' (fries voor 'oude ven'). Dit was de
grootste plaats van Anjum.
Zij
was generaties in bezit van de Botma's tot zij in 1947 werd verkocht. Haar zoon,Ype
Engberts (over hem hieronder meer) was de eerste Botma die daar woonde.
♦ Een zuster van
Grietje Hermanus Botma,
Rienskje Hermanus Botma
(1750), was gehuwd met
Klaas Siedses van Kleffens
(1738). Hij was kerkvoogd van Murmerwoude. Zij schonken in 1804 een klok
aan de kerk van Murmerwoude, nadat 'de dissenters'
vrijwillig afstand van de toren hadden gedaan.

Kuifstuk op de
preekstoel in Murmerwoude met de wapens voor 'KS Van Kleffens' en 'RH
Botma'
♦
Een zoon van Engbert Lieuwes en Grietje
Hermanus Botma was
Ype
Engberts Botma (1742). Hij was boer op Adson in Anjum.

Nachthemd voor Y.E., dat moet zijn Ype Engberts Botma. Het jaartal 1796 kan
ik niet thuis brengen
♦
Zoon van Y.E. Botma was
Jan Ypes Botma
(1815). Hij huwde
Antje Lieuwes
Rijpma (1816). Ook hij werd boer op Adson in Anjum.

Tekening van de Anjumer
Scheepvaart door P.I. Portier in de 18de eeuw
Te Anjum ontspon zich midden 1800
een heftige strijd om naast de openbare scholen te Anjum en het nabij gelegen
Ezumazijl een Chr. Nationale school te Anjum te stichten. Het vuur werd mede
aangewakkerd, doordat de gemeente een nieuwe openbare school wilde stichten in
Ezumazijl. En wie moesten dat betalen? De inwoners in Anjum voelden zich
aangesproken. De 'hulpvereniging'
voor de CNS te Anjum bestond uit acht man, waaronder J.Y. Botma (president), later aangevuld met vijf
man, waaronder zijn broer Engbert Ypes
Botma (vice-secretaris) (1808).

De school kwam
tot stand in 1866. Voor het doel werd de notariswoning aangekocht met de daarbij
behorende wagenschuur en stallen. Het huis werd onderwijzerswoning en de rest
werd verbouwd tot één lang lokaal voor 120 leerlingen. Rechts de school vernieuwd in
1905. Links de onderwijzerswoning vernieuwd in 1911. Deze foto is dus van na
1911
De Botma's en de Meindersma's waren betrokken bij het bestuur van het
waterschap. Zo komt de naam van J.Y. Botma voor op een gedenksteen in de sluis
te Ezumazijl bij Anjum, waar de Zuide-Ee afwatert op de (vroegere) Lauwerszee.

De gedenksteen in het sluisgebouw van Ezumazijl. De tekst luidt: 'Den
tienden Mei 1871 is de eerste steen gelegd door den heer J.[]. WITTEVEEN te
Metslawier, Voorzitter van het polderbestuur van Oost en Westdongeradeel in
tegenwoordigheid van de Heeren J.W. IDSARDI TE TERNAARD, P.J. IDSARDI TE
BETTERWIRD, IJ.P. DOUMA TE NES, J.IJ. BOTMA TE ANJUM EN A. SIJBENGA TE NIJKERK,
gecommitteerden, benevens de Heer GATSONIDES TE METSLAWIER,
Secretaris-boekhouder des bestuurs, voorts van den architect den Heer R.
KIELSTRA TE LEEUWARDEN EN DEN AANNEMER A. BOSCH JR. ALDAAR'
Niet alleen daar, maar ook op een
gevelsteen van het dijkshuis in de Anjumer- en Lioessenerpolder en op een
gedenksteen in dat gebouw, dat Banthuis heet, komen wij de naam van J.Y. Botma
tegen. De tekst van deze laatste steen luidt:
In den jare 1864 is dit
gebouw gesticht onder
beheer van het Polder
bestuur
Pieter Wobma Dijkgraaf
Jan Y. Botma en
Taeke P. Klimstra
Gecommitterden

De ouders van 'beppe' Antsje zijn begraven in Anjum
aan de zuidkant van de kerk, maar hoewel de graven in eeuwig onderhoud zijn,
zijn de stenen verwijderd. Waartegen protest
♦ De broer van J.Y. Botma,
Engbert Ypes
Botma (1808) zagen
wij reeds bij de stichting in 1866 van de school in Anjum. Hij woonde ook in
Anjum. Als kerkvoogd was hij verantwoordelijk voor het nieuwe orgel in de kerk. Een
gedenkplaat herinnert daaraan.

DIT ORGEL,
vervaardigd door de H.H. L. van DAM & ZONEN,
Orgelmakers te LEEUWARDEN,
is den 16den FEBRUARI 1875 kerkelijk ingewijd onder de leiding van Ds H.A.
Leenmans,
Predikant te ANJUM,
en bespeeld door J. ROORDA Jr, koster, organist en secretaris der kerkvoogdij te
ANJUM,
door toedoen der kerkvoogden E.Y. BOTMA, adm. A.D. BEINTEMA, pres. en P.D.
DIJKSTRA
dient deze plaat tot eene gedachtenis der gemelde inwijding en bespeling.
E.Y. Botma was net als zijn broer
Dijkgraaf. Bovendien lid van de Gemeenteraad. Na zijn overlijden werd zijn zoon
Ype Engberts Botma
(1836) eveneens Kerkvoogd en Dijkgraaf.
♦ Meer over de dochter van J.Y. Botma,
Antje Jans Botma (1857).
Wat betreft de andere tak, die
van Folkert Kornelis en Trijntje Sakes:
♦ Sake Gerrits kreeg uit zijn
tweede huwelijk drie kinderen. Van de eerste twee zijn geen nakomelingen bekend.
%20en%20Trijntje%20Sakes%20(1719)%20[internet].jpg)
Portret door R. Keyert
±1745 van Gerrit Sakes
Botma (1743) en zijn oudere zusje
Trijntje Sakes Botma
(1719)
(waarop/in en waar is onbekend;
particulier)
De derde, ook een
Trijntje Sakes Botma
(1745), huwde
Folkert Kornelis (1745).
Op een kerkbank in Lioessens uit 1773 staan hun alliantiewapens.
%20en%20Trijntje%20Botma,%20kerkbank%20Lioessens.jpg)
De
alliantiewapens op de kerkbank in Lioessens met daaronder de initialen F.K. en T.B.
Dat zijn Folkert Kornelis en Trijntje Botma. Het linker wapen voor Folkert
Kornelis (1745) heeft drie klavers en ziet er net zo uit als dat bij Antje Sakes
Boelema (16d)
en Aukje Gerrits Roorda (17a, zie hierboven)
♦
In Morra is een stoof
bewaard gebleven van Kerkvoogd
Easge Folkerts Botma
(1824).

♦
Er bestonden verschillende verbanden tussen de familie Meindersma en de familie
Botma. Zie hier.
♦
Speeldoosfotoalbum.
|