
8. In het schip tegen de koorrand de zerk voor Ds Noordbeek. In de top een beschadigd versiersel. Opschrift: 'ANNO 1735 den 10 Augusty is | seer Christelijk in den HEERE | onslapen de Eerw: Godzalige | en seer gheleerde Dnus HEN= | RICUS CONRADUS NOORD= | BEEK na dat zijn Eerw: 't H: | Predik amt in de gemeente | van MANTGUM en SCHIL= | LAARD ruim 26 Iaeren hadde | bedient oud 47 iaaren en elf | Maanden zijn ziele Gode | bevolen en rust zijn lichaam | in 't stof in hope van een zalige | opstandinge'.
9. In het schip aan de koorrand de zerk voor Ds Koëller, zijn vrouw en 8 kinderen. In de top is een beschadigd versiersel. Opschrift: 'ao 1708 den 27 May is | Godtsaligh in den Heere | Ontslapen den EerWeer | den Godsalighen en | wel geleerden Dnus | CONRADES KOËLLER| Bedienaer des Godlicken | woordts in de gemeente | MANTGUM en SCHILLAERD | Iesu Christi tot | in het 63e Iaer sijnes |Ouderdoms na dat hy | het Predick amt in het | 38e Iaer bedient had | en leit alhier met 8 | kinderen begraven | den 11 may is Chris- | telijk in den Heere | Ontslapen HENDRINA | GRATEMA weduwe van | Dnus Conradus Koëller | out in het 67ste iaer en | leit alhier begraven'.
10. In het schip tegen de
koorrand de zerk voor Ds Steenkist, zijn vrouw
en 4 kinderen. De hoekmedaillons,
met de voorstelling van de vier evangelisten,
zijn verwijderd. Randschrift: 'ao
1669 den | 20 7ber is inden Heere seer christelijck ontsla | pen den eer |
waerden Gotsaligen ende Welgheleerden'. Opschrift: 'Do. AUSONIUS |
à STEENKIST na | dat syn E. ontrent 22 Iaren | het H.
Predick Amt in | de Ghereformeerde Gemeinte | Iesu Christi | Mantgum ende
Schillaerd | heeft bedient out omtrent 46 | Iaren ende leit hier met Vier |
kinderen begraven | | Ao 1693 den 11 May is in den | Heere seer
Christelijck ont- | slapen de Eerbaere ende | Deughtsame Aefke Ians |Eerste
huisvrou van Jelle | Taeckes en laeste van Do.Ausonius À Steenkist, |
out int 65 Iaer en leit alhier | begraven'.
11, 12. In het schip tegen het kek naast elkaar twee
zerken
die hier oorspronkelijk niet thuis horen. Zij zijn
vermoedelijk afkomstig uit Sexbierum en hier door de familie Hoppers opnieuw gebruikt. Door zijn huwelijk met His
van
Galama werd
Reinier van
Hoppers
na haar dood
eigenaar-bewoner
van Hoxwier. De Eelcksma's (Elinga, Eelgsma of Eelsma) waren familie van zijn
tweede vrouw Luts Hottinga. Bekendste lid van zijn
familie is de jurist Joachim Hoppers,
zijn achterneef.
Een
Rippert Eelsma (12) (een broer of mischien de zoon
of vader, ze heten allebeide Wyger
en de naam van de vrouw van Wyger staat niet op de zerk) was getrouwd met
Catharina Mauritsma (12), de
bet-overgrootvader van
de hieronder genoemde Wyger.
Links: 11.
De wapens, twee per kwartier, zijn verwijderd.
Randschrift in gotisch letters: 'Int iaer ons | Heren M Vc en XV de XXIX ste
dach octobus | sterf de eerbare | herscap wygher eelcksma bid voe
'd siel'. Later is bijgehakt 'HOPPERS' en 'HOTTINGA'
en rond de kwartierwapens: lb. Hoppers Wiarda (Jochem Hoppers en Fedt Wiarda, de
ouders van Reinier), lo. Galama Hettinga (Galo Galama en Cnier Hettinga, de
ouders van de eerste vrouw van Reinier, His van Galama), rb. Hottinga
Herema (Douwe Hottinga en Luts Herema, de ouders van Here Hottinga, de vader van
Lucia Hottinga), ro. Eelgsma Dovvema (Wyger van Eelsma en Doutsen Douwema, de
ouders van Anna van Eelsma, de moeder van Lucia Hottinga). Tenslotte een nieuw opschrift: 'Anno 1634 den 12 Jannewaris sterf de | Eerbare Jeffrou His van Galama |Husfrou van de
Edele Reinier van Hoppers | Anno 1648 den 8 Jannewaris sterf de Edele en |
Eerbare Jeffrou Lucia van Hottinga tweede | Huisfrou van de Edele Reinier van
Hoppers'. Rechts:
12.
De kwartierwapens zijn
verwijderd. Later zijn de namen 'HOPPERS' en 'HOTTINGA' bijgehakt. Randschrift in
gotische letters: 'Int iaer va XVc | en IIII den erste aprilis
sterf de eerbare herscap |rippert eelcksma | ende katharinna syn
wyf.ao XVc.en.XVI.XXI aprilis'.
13.
In het schip de zerk voor een pastoor, Johannes Weidum
(1556). De hoekmedaillons en de versiering in het
midden (miskelk) zijn verwijderd. Randschrift: 'Ao.DNI.1556 SEX | TO.IVNII.OBIIT.VENERABILIS.MA
| GISTeR.IOHANNES | WEIDUM.HVI9.ECCLESIe.PASTOR' (In het
jaar onzes Heren 1556 is op 6 juni overleden de eerbiedwaardige 'magister'
Johannes Weidum, die pastoor van deze kerk was). Opschrift: 'In pace in id ipsim
| Dormia et requaescam | psal 4' (In vrede kan ik mij te ruste begeven en
aanstonds inslapen).
14. In het schip de zerk voor M. Gerroltsma
(†1670).
Onbekend is waarom zijn zerk hier ligt en welke betrekking hij met Mantgum had
(had hij misschien iets met Hoxwier van doen?). Om de
zaak nog mysterieuzer te maken moet U weten dat leden van de families Boelens en
Gerroltsma (Menelaus a G.,
†1651, zijn vader?) in de kerk van Buitenpost begraven zijn en de de familie Boelens door
koop eigenaar geworden was van Hoxwier.
Van Neuhusius , die het grafschrift dichtte, weten we iets meer.
Zijn vader geboren in het Westfaalse Steinfort was rector aan de latijnse school
in Leeuwarden. Daar werd Henricus Neuhusius geboren in 1614. Hij studeerde
rechten in Leiden en werd in 1636 Advocaat bij het Hof van Friesland, welke
betrekking hij nog in 1688 uitoefende. Hij was tevens accessor in het
krijgsgericht en Pensionaris van Workum (1650). Van zijn hand is het dichtwerk
Extemporanea Poëmata (1656), waarin hij
zich laat kennen als 'een klasssiek gevormd man, die bijbelsche, kerkelijke en
vaderlandsche stof verwerkt in den geest zijns vaders Opus Posthumum'.
Hij staat bekend als een middelmatig latijns dichter.
Het gedicht heeft een hexameter en pentameter: -.. | -.. |-.. | -..| -.. | -_ ,
-..-..- |-..-..-
In het midden was mogelijk een
wapen angebracht.
Randschrift: 'ANNO 1670 DEN 30 NOVEMBER | IS SEER CHRISTELIJCK
’IN DEN HEERE ONTSLAPEN | MICHAEL GERROLTSMA | KLERK
VAN DE GEDEPUTEERDE | STAATEN VAN FRIESLAND OUT 28 IAAREN ENDE LIET ALHIER
BEGRAVEN'. Opschrift: 'EPITAPHUM | in Tumulum | Praestantissimi, Piissimi,
Fidissimiq Iŭvenis | Dŭi Michaelis Gerroltsma | Cŭi Pietas, cüi vera Fides, cŭi
conscia Recti | Mens fŭit, et Magnis Norma Placere Viris; | Vivŭs ad sumos
meritis properavit Honores | Cŭm Christo Melior Pars orientis ovat.||ex vero
amore | H. Neŭhŭsiŭs.' (Grafschrift | op de rustplaats | van de zeer
vooraanstaande, zeer vrome en zeer trouwe jonge man |wijlen Michael Gerroltsma |
die vroom was, het ware geloof had en een geest had die het hoogste was van wat
rechtvaardig was en zijn leefwijze behaagde grote mannen; | Bij zijn leven
beijverde hij zich door goede werken naar de hoogste eer. | Het betere deel van
de verrezene juicht met Christus.) 'Geen sterfelyck mensch
dit graf vercier, | Van GERROLTSMA met den laurier; | Maar
stortte traanen en geween | Die gaan door 'thart alwaart van steen. | Al sugt om
hem 'tland en de stad; | Syn trouw en sorg verdienden dat.'.
15. Deksteen. Deze is geheel vlak en heeft geen kruisjes, zodat je zou zeggen dat het niet een oude altaarsteen was. De steen is in tegenstelling tot de andere zerken niet van blauwe hard-steen, maar oker en van zandsteen (?) Hij is afkomstig uit het koor en wordt beschreven bij de verkoop van Hoxwier in 1645. Hij was dus van Hoxwier. Heeft hij vroeger in het midden van de kerk gelegen en diende daar als deksteen voor een grafkelder? Of was dat misschien het geval toen hij in het koor lag? Of is het gewoon een zerk zonder dat er iets op staat? Het is onbekend.
16. In het schip de zerk voor Ds Pluim. Hij was predikant toen het huidige bankwerk gemaakt werd. Opschrift: 'Ao 1802 de 20 May is Overleden den | Wel Eerw. Heer Nicolaus Plŭim oud 67 | Jaar 1 Maand en 16 dagen en is alhier | na omtrent 25 Jaaren deese gemeente | als hervormd leeraar gedient te hebben | met een kind begraven'
17. In de buurt van 16 en 18 lag de zerk voor Henricus Aquila (†1675) en Tzjiske Willems de Groen. Henricus Aquila was koster-schoolmeester-organist vanaf 1656 tot zijn overlijden. Daarna werd hij opgevolgd door (zijn zoon?) Bernardus Aquila (1679-†1711). Opschrift: 'Ao 1675 den 19 November is inden | Heere gerust . de Eersame Henrikus | Aquila Notaris pūb: is 20 Iaer Scholmeester | En Orgelist tot Mantgum geweest. out | 38 Iaer en is hier begraven met 8 Kinders | ________ | Ao 1710 den 6 Marty is Seer Christelyck | in den Heere Ontslapen Tziitske Willems | de groen: Weduwe van de Notaris | Henrikus Aquila olt ontrent 74 Iaar | en leit alhier begraven'.

18. In het schip de zerk voor Ds Penninga en zijn vrouw. Opschrift: 'Den 7 Juny 1826 overleed alhier in | den oŭderdom van rŭim 55 Jaeren den | Weleerwaerden Zeer Geleerden Heer | JACOBUS PENNINGA in leven | Predikant der Hervormde Gemeente te | Mantgum en Schillaard na bijna | 23 Jaeren hier het Evangelie verkondigd | te hebben en ligt alhier met zijne | Hŭisvroŭw FROUKJE HAITSMA, | en een kind begraven.'.
19. Seerp van Galama was bewoner van Hoxwier in de 16de eeuw. Hij is burgemeester van Baarderadeel, hopman van een vendel leger en lid van Gedeputeerde Staten geweest. Wegens zijn denkbeelden moest hij vluchten naar Emden. De zerk werd 'ontdekt' bij de aanleg van het elektrisch in 1922 (de elektriciteit werd opgewekt in de paardestal van het wagenhuis van de pastorie) en na een 'restauratie' in Leeuwarden, waarbij de wapens opnieuw werden aangebracht en enkele herstellingen werden verricht, in het zicht, overeind staande, geplaatst in het potaal. De zerk lag tot dan midden in het koor. Randschrift: 'Ao 1581 DEN 22 IANVARIJ STERF DEN | EDELEN ENDE ERENVESTEN SEERP VAN GALAMA GRIETMAN VAN BAERDERADEEL | Ao 1593 DEN 8 IVNIJ STERF DE | EDELE EERBARE ENDE DEVCHTSAEME IVFFROV HIJS VAN BOTNIJA ZIJN WIJF'. Opschrift: 'Aspicis; hoc tumulo recubat Serapius ille | Galema, Frisiaci lumen honorque soli | ille in quam patriae defesor strenuus almæ | Consilio promptus belligeraque manu | Hostibus hostis erat syncerus amicus amicis | Heu paucos illi patria habet similes' (Zie, in dit graf rust Seerp van Galama, tot licht en eer van de Friese grond. Hij zeg ik, de sterke verdediger van het gezegende vaderland, vaardig in raad en het voeren van oorlog, was de vijand een vijand en een vriend een oprecht vriend. Ach hoe weinigen heeft het vaderland hem gelijken). Alliantiewapens: rm. Seerp van Galama (lelie, ster) gehuwd met lm. His van Botnia (arm met zwaard). Kwartierwapens: lb. de ouders van zijn vader Gala; Hartman van Galama gehuwd met Rieme van Osinga (lelie, roos), lo. de ouders van zijn moeder Foeck Hoxwier; Aesge Hoxwier gehuwd met Wick Dekama (2x lelie), rb. de ouders van haar vader Syds; Tjalling van Botnia gehuwd met Frouck Jarichs van Hottinga ( , 3x schelp) en ro. de ouders van haar moeder Bauck Heringa van Camstra; Abbe Heringa van Camstra (kam, ster, roos) gehuwd met Jel Douma (zwaard).

20. Niet een zerk maar we hebben hier te maken met een oude altaarsteen. Deze is gemaakt van rode Bremer zandsteen en is te herkennen aan de 5 kruisjes, één in het midden en één op elke hoek. De randen aan de voorzijde en de zijkanten zijn afgerond. De rand aan achterzijde is vlak, zodat de steen oorspronkelijk ergens tegenaan heeft gestaan. De steen is na de Reformatie (1584) achter de drempel van de buitendeur in het portaal komen te liggen. Misschien met opzet, zodat een ieder die binnen kwam er ter belediging met zijn klompen over heen moest klossen. De steen is in de jaren 80 op een voetstuk in het portaal geplaatst.

21. Bij de restauratie in de jaren 90 is in de muur van het koor een piscina gevonden (wasbekken voor de priester met een waterafvoer naar buiten), gemaakt van rode Bremer zandsteen. Deze is weer achter het pleisterwerk verdwenen.

Geen nummer. Twee gevonden zerkjes. Links: deze steen diende als onderstuk van een andere steen en hoeft dus niet uit Mantgum
afkomstig te zijn. Opschrift:
'Ao.1585.den 3 [ ] | sterf [ ] | [ ] | end.leit.hier.begraven | | Die.have.des.Rustes.he | bben.wi.gevonden.die.floe | de



10: 3 en 4. Grafstenen voor Kornelis Ritskes Velstra, wethouder en later burgemeester van Baarderadeel († 16 dec 1909) en Antje Jans Borma († 12 aug 1915) en de urn voor een kind.

16: 1 en 2. Grafsteen voor koster-schoolmeester-organist Jan Frederik Jansen († 12 juni 1912).

Predikanten hadden het onderling wel over 'de gouden doodkist' als ze het over Mantgum hadden. Het salaris was hoog en het was meestal je laatste standplaats. Geen reden dus om snel naar elders te gaan.
Wiert Adrianus Schinstra 1584
Johannes Lambarti 1586-1603 (†, begraven
steen 4)
[Johannes Johannis Culenborg 1604-1646 (emeritaat, kinderen begraven
steen 5)]
Ausonius à Steenkist 1648-1669 (†,
Coenrad Koëller
1670-1708 (†,
Henricus Conrades Noordbeek 1709-1735 (
Henricus Wihelmus Coutis 1736-1777 (emeritaat)
Nicolaus Pluim 1777-1802 (
Jacobus Penninga 1803-1826 (
Arnoldus van Dijk 1827-1852 (
Tonnis van Duinen 1854-1857 (
Arent van IJsendijk 1858-1887 (emeritaat)
Jacobus Johannes Keizer
1888-1897 (
Agathus Nicolai 1900-1925 (emeritaat)
Engelbert Andries Alexander Snijdelaar 1926-1930
Jan Gerhard Steenbeek 1931-1946
Anthonie Verstraaten 1947-1957
Klaas Gerhard de Noord 1958-1963
Gerrit Rinse Brink 1964-1986 (emeritaat)
(Samenwerkingsverbanden en combinaties)