Plattegrond van de kerk. Bij de derde steunbeer van links is de boog
(rood) te zien van de romaanse ronde koorafsluiting. Ter hoogte van de tweede steunbeer (ter hoogte van de kansel) loopt overdwars een sleuf
(geel). Mogenlijk was dit een grafkelder. Elders, bv. te Weidum, bevindt die zich op de zelfde plaats. Als daar al een grafkelder geweest is, zou deze bij het aanbrengen van het bankwerk verwijderd kunnen zijn. De
blanke steen (15)
die tot
de jaren 90 in het koor van de kerk lag, kan de sluitsteen geweest zijn. Rechts van de sleuf aan de noordzijde (boven) heeft het gestoelte van Hoxwier gestaan. Helemaal rechts tegen het vijfzijdig gesloten koor was mischien de plaats van het hoofdaltaar [tekening architect G. Brouwer 1991].
Opvallend is, dat precies op de plaats waar het gestoelte van Hoxwier stond, in de jaren 1779-1781 een nieuwe bank werd gemaakt. Vanaf de 19de eeuw heette die de 'Bosmabank'. Rechts-onder is nog net de ronding van het koor te zien en wat hoger, op een uitstekend hoopje, een paar estrikken, in ruitvorm gelegd, van de vloer van het gestoelte [scan van een eigen foto 1991].
[Scan van een foto van een tekening door J. Stellingwerf 1722 in het Fries Prenten Kabinet]
Recontructietekening van de deuren in de noordmuur (zie
tekening hierboven) aan de hand van de ontpleisterde muur bij de restauratie
eind jaren 90. Aan de zuid-zijde is ook een gotische deur. De deuren zijn weer
onder een pleisterlaag verdwenen. De rand op ± 2 m
hoogte is vlak gehakt en loopt om de hele kerk heen. Op te tekening lijkt het
heel wat, maar er is niet veel van over. De muur is vlak gemaakt en er zijn
nieuwe ramen gekomen [scan van een eigen tekening 1991].
De kerk was vroeger voorzien van gebrandschilderd glas. Hier twee glasmedaillons voorstellende
boven: de drie koningen en onder: St Joris en de draak. Zij kunnen rond het jaar 1500 gedateerd worden. Hieruit en uit het feit dat Aesgo Hoxwier in 1499 Gerard van Wou uit Kampen een klok liet gieten en de stijl van het gebouw (de muur met lijsten en de kapconstructie) kan men vermoeden dat in ±1500 de romaanse kerk werd afgebroken en er een gotische kerk om heen gebouwd werd. Het glas bevond zich onder de vloer van het zgn. 'togahokje' (Z-W van de kerk) en werd in de jaren
tachtig gevonden nog vóór de restauratie plaats vond [scan van een eigen foto 1990].
Links: reconstructietekening steunbeer. Rood: de oude contouren,
geel: de vernieuwing in 1866. De bovenste versmalling van de beer is
nergens teruggevonde, omdat of de hele of juist dat deel opnieuw gemetseld was
met kleine gele steentjes. De beer is recht gemaakt en de muur is
verhoogd. [scan van een eigen tekening 1991]. Rechts:
reconstructietekening dak. De ene balk heeft minder, de andere veel meer epoxi
gekregen, een wonder dat de zaak niet naar beneden gekomen is. De trekbalken
oefenen hun funktie weer uit: de muren bijelkaar houden. Verklaring: A,
verhoging 1866; B, verlaging; I, tongewelf 1500; II, tongewelf 1877; rood, muur 1500;
bruin, houtwerk 1500; geel, muur 1866; blauw, houtwerk 1866; groen, epoxi
1990 [scan van een eigen tekening 1990].
Tekening van de situatie vóór
1866. Tussen elke steunbeer is nu een raam [scan van een eigen tekening 1991
naar de oorspronkelijke tekening].
De situatie tijdens de restauratie in 1991. De preekstoel moest
gestut worden. Hij werd al een tijd niet meer gebruikt vanwege
instortingsgevaar. De balk in de muur waar hij op rustte bleek totaal verrot te
zijn. Duidelijk is in het koor het gat te zien waar de
zerk van Seerp van Galama heeft gelegen.
Verder is te zien een aftekening van de lambrisering van het vorige bankwerk
(tot halverwege de muur onder de drempel van de ramen) en het gestoelte van
Hoxwier (het gedeelte voor de drempel van het koor, tot aan de drempel van het
raam). In het koor stonden geen banken tegen de muur [scan van een eigen foto].
Baldadig kindergekrabbel op de noord-muur achter de
lambrisering, achter die van het oudere bankwerk of moet er meer achter gezocht
worden? [scan van een eigen foto 1991].