

Vanaf de Visserstraat, de Vishoek en vanuit de lucht.
De verlaging in de daknok is origineel. Daarachter is een dakterras. Op de foto rechts zijn de deuren daarnaartoe te zien.
Oorspronkelijk was hier een lichtschacht tot en met de eerste verdieping met op
de tweede en derde verdieping balkons. Nu heeft elke verdieping een vloer.
Achter staat het pakhuis van de Sleutel

De stad is net zoals een aantal andere steden ontstaan aan een open
verbinding met de zee. Daar, waar de zee wat tot rust gekomen was. Die verbinding
was de rivier de A. Later is daarvoor in de plaats het Reitdiep gegraven. Stukken van de A
bleven bestaan, zoals dat in de stad. De A vormt een deel van de binnenste
grachtenring, die om het oude centrum loopt. De straat aan de stadszijde van de A, waar de
kade bij vloed gebruikt kon worden, wordt Hoge der A genoemd. De straat aan de
overzijde, die lager ligt en waar de kade bij eb gebruikt kon worden, heet Lage
der A. In verband met de waterbeheersing en met het oog op een belegering is een ingenieus systeem ontstaan van sluizen en
waterlopen. Lager gelegen gronden konden onder water gezet worden, zodat de stad
over land onbereikbaar was. Ondertussen bleef het mogelijk om de stad
over water veilig te bevoorraden.
Door de sluis bij Zoutkamp, waar het Reitdiep in de Waddenzee uitkomt, zijn de
waterwerken in de stad overbodig geworden en is eb en vloed niet langer
merkbaar. Het zou een toeristsche attractie worden als de sluis bij Zoutkamp weer open gezet zou worden en je de natuur zijn gang liet gaan
(er zou natuurlijk meer moeten gebeuren).
De straat tussen het Hoge der A en de Noorderhaven, waaraan
de Sleutel gelegen is, heet de Hoek van Ameland. Dat
komt, omdat daar de veerboot naar Ameland vertrok.
Op de hoek met de Noorderhaven was het havenkantoor. Vandaar het stadswapen in de witte gevel.
Je ziet uit op twee voormalige gasthuiscomplexen: het uit de middeleeuwen
daterende
Jacob en Anna
Gasthuis (met ter herrinnering aan de kapel een koepeltje) en de (ge)Weldadige
Stichting Ketelaar-Bos. Het gebouw van de Weldadige Stichting is van 1940.
De Noorderhaven is nu een vrijhaven. De bruine vloot heeft een ligplaats in de A

Tevoren stond er
een gebouw tegen een ±14de eewse muur, die om de stad liep. Aan de binnenzijde
daarvan. Volgens de kaart van Haubois (begin 17de eeuw) was de muur toen reeds
afgebroken. Links-onder de Kranepoort, links-boven het Jacob en Anna Gasthuis (met de kapel
op de hoek van de Visserstraat bij de Laan). Verdwenen zijn de huisjes bij de
Visserbrug en de brug tegenover de Turftorenstraat

Op het plein er voor stonden vroeger huisjes. Deze zijn in 1762 afgebroken voor
een vismarkt. Er kwam een gebouw,
zoals je nu nog in Leiden aantreft. De visverkopers konden daar beschut tegen
weer en wind hun waren op stenen visbanken uitstallen. Op een prent van A. Bulthuis uit 1773 zie je
links de Sleutel, dan de Visbanken en
vervolgens de
Visserbrug. De Visserbrug werd vroeger Mussel-brugge genoemd, vanwege de
mosselen die daar aan land werden gebracht en vervolgens werden vervent.
Op de achtergrond, links het Hoge der A (was: 'bij der A') en rechts het Lage der A
(was: 'bij de Soutketel' en 'over der A'). Aan de horizon de A-toren.
Het zou
wel leuk zijn, als op de plaats van het pleintje een terrasje was

De A werd in 1662 bij de Visserbrug afgesloten door een spilsluis. Het gedeelte
van de A tussen de Visserbrug en de A-brug (dus langs het Hoge- en Lage der A)
heette officieel Zuiderhaven, maar de naam raakte nooit ingeburgerd. Het was
ook verwarrend, want dit is de west-zijde van de stad en het zou dus Westerhaven
moeten heten, maar aan de tweede grachtenring bestond al een haven met die naam.
Op een aquarel van A.J. van Prooien uit 1861 is de 'Zuiderhaven' met links de
Visbanken en op de voorgrond de Kleine Spilsluis te zien. De sluis is nutteloos
geworden en verwijderd

Het Hoge der A gezien vanaf de andere zijde, vanaf de A-brug, op een ingekleurde prentbriefkaart (een gok:
1870). Hier woonden o.a. effecten- en graanhandelaar-schilder H.W. Mesdag en de dichter N.E.M.
Pareau.
Op 1/3 van links de Turftorenstraat

Van omstreeks 1870 tot
1938 was hier de kruidenierswinkel
annex slijterij van C.J.H. Drewes. Je kon er o.a. petroleum verkrijgen. Dit werd
voor petroleumlampen gebruikt. Even was het daarna een café, maar in 1939 werd
in opdracht van C.G. Ossevorth een geheel nieuw pand gebouwd. Op de begane grond
kwam zijn tegelhandel. Vandaar dat het pand vol zit met de malste tegeltjes.
Boven
kwamen een lerares aan de meisjes-HBS
en
een tekenleraar

Het trappenhuis op de begane grond

De woonkamer op 36b met in de bovenlichten glas in lood. De kamer was eerst 'en suite',
maar is nu nu één geheel

Vanuit de woonkamer zie je uit op het Hoge - en Lage der A. Hier vanaf de begane
grond.

De WC op deze verdieping heeft citroen-gele tegeltjes. Was dat een associatie met citroen-schoon?
Oorspronkelijk was hier ook de douche.
Elders zijn de tegeltjes witgekalkt

Ik dacht dat ze bij de Reformatie nogal rigoreus te werk gegaan waren, maar op
36b
heeft men met de witkwast wel erg zijn best gedaan om sporen
uit de jaren dertig uit te wissen.
Een paar voorbeelden uit die tijd: groen
craquelé op een spiegellijst en op een lamp met blad motief. Rechts een Trijp-kleedje
(een fluweelachtige uit wol vervaardigde stof)