Hoge der A 36, 36a, 36b


Een beetje prutsen op de PC en je hebt wat. De voorgevel aan het Hoge der A en de zijgevel aan de Vishoek.
Het is een karakteristiek gebouw en hoewel nieuw, goed passend in de omgeving. Het werd in 1938 ontworpen door architect A.R. Wittop Koning (1878-1961). Hij wordt gerekend tot de Delftse school, ontstaan rondom Grandpré Molière. De laatste maakte na de tweede wereldoorlog het wederopbouwplan voor de Grote Markt. De aanhangers van de Delftse school waren vóór functioneel bouwen en tegen overbodige opsmuk, een reactie op de Amsterdamse school. Na de tweede wereldoorlog hield Wittop Koning namens het Rijk toezicht op de beschadigde monumenten.
Het gebouw kreeg een kelder met op de begane grond een toonzaal en een berging (36), op de eerste verdieping een kleine woning (36a) en daarboven een grote (36b)
 

     
Vanaf de Visserstraat, de Vishoek en vanuit de lucht. De verlaging in de daknok is origineel. Daarachter is een dakterras. Op de foto rechts zijn de deuren daarnaartoe te zien. Oorspronkelijk was hier een lichtschacht tot en met de eerste verdieping met op de tweede en derde verdieping balkons. Nu heeft elke verdieping een vloer.
Achter staat het pakhuis van de Sleutel
 


De stad is net zoals een aantal andere steden ontstaan aan een open verbinding met de zee. Daar, waar de zee wat tot rust gekomen was. Die verbinding was de rivier de A. Later is daarvoor in de plaats het Reitdiep gegraven. Stukken van de A bleven bestaan, zoals dat in de stad. De A vormt een deel van de binnenste grachtenring, die om het oude centrum loopt. De straat aan de stadszijde van de A, waar de kade bij vloed gebruikt kon worden, wordt Hoge der A genoemd. De straat aan de overzijde, die lager ligt en waar de kade bij eb gebruikt kon worden, heet Lage der A. In verband met de waterbeheersing en met het oog op een belegering is een ingenieus systeem ontstaan van sluizen en waterlopen. Lager gelegen gronden konden onder water gezet worden, zodat de stad over land onbereikbaar was. Ondertussen bleef het mogelijk om de stad over water veilig te bevoorraden. Door de sluis bij Zoutkamp, waar het Reitdiep in de Waddenzee uitkomt, zijn de waterwerken in de stad overbodig geworden en is eb en vloed niet langer merkbaar. Het zou een toeristsche attractie worden als de sluis bij Zoutkamp weer open gezet zou worden en je de natuur zijn gang liet gaan (er zou natuurlijk meer moeten gebeuren).

De straat tussen het Hoge der A en de Noorderhaven, waaraan de Sleutel gelegen is, heet de Hoek van Ameland. Dat komt, omdat daar de veerboot naar Ameland vertrok.
Op de hoek met de Noorderhaven was het havenkantoor. Vandaar het stadswapen in de witte gevel.
Je ziet uit op twee voormalige gasthuiscomplexen: het uit de middeleeuwen daterende Jacob en Anna Gasthuis (met ter herrinnering aan de kapel een koepeltje) en de (ge)Weldadige Stichting Ketelaar-Bos. Het gebouw van de Weldadige Stichting is van 1940.
De Noorderhaven is nu een vrijhaven. De bruine vloot heeft een ligplaats in de A
 


Tevoren stond er een gebouw tegen een ±14de eewse muur, die om de stad liep. Aan de binnenzijde daarvan. Volgens de kaart van Haubois (begin 17de eeuw) was de muur toen reeds afgebroken. Links-onder de Kranepoort, links-boven het Jacob en Anna Gasthuis (met de kapel op de hoek van de Visserstraat bij de Laan). Verdwenen zijn de huisjes bij de Visserbrug en de brug tegenover de Turftorenstraat
 


Op het plein er voor stonden vroeger huisjes. Deze zijn in 1762 afgebroken voor een vismarkt. Er kwam een gebouw, zoals je nu nog in Leiden aantreft. De visverkopers konden daar beschut tegen weer en wind hun waren op stenen visbanken uitstallen. Op een prent van A. Bulthuis uit 1773 zie je links de Sleutel, dan de Visbanken en vervolgens de Visserbrug. De Visserbrug werd vroeger Mussel-brugge genoemd, vanwege de mosselen die daar aan land werden gebracht en vervolgens werden vervent. Op de achtergrond, links het Hoge der A (was: 'bij der A') en rechts het Lage der A (was: 'bij de Soutketel' en 'over der A'). Aan de horizon de A-toren.
Het zou wel leuk zijn, als op de plaats van het pleintje een terrasje was
 


De A werd in 1662 bij de Visserbrug afgesloten door een spilsluis. Het gedeelte van de A tussen de Visserbrug en de A-brug (dus langs het Hoge- en Lage der A) heette officieel Zuiderhaven, maar de naam raakte nooit ingeburgerd. Het was ook verwarrend, want dit is de west-zijde van de stad en het zou dus Westerhaven moeten heten, maar aan de tweede grachtenring bestond al een haven met die naam. Op een aquarel van A.J. van Prooien uit 1861 is de 'Zuiderhaven' met links de Visbanken en op de voorgrond de Kleine Spilsluis te zien. De sluis is nutteloos geworden en verwijderd
 


Het Hoge der A gezien vanaf de andere zijde, vanaf de A-brug, op een ingekleurde prentbriefkaart (een gok: 1870). Hier woonden o.a. effecten- en graanhandelaar-schilder H.W. Mesdag en de dichter N.E.M. Pareau.
Op 1/3 van links de Turftorenstraat
 

    
In de 19de eeuw werd de gevel gewijzigd en kreeg het een daklijst en een bijpassende winkelpui. Een daklijst naar de mode van de tijd, zoals bij het gele pand er naast. Daar was ooit het woonhuis van brouwerij de Sleutel. Aan de A waren vroeger verschillende brouwerijen. Zij betrokken voor hun brouwsel water o.a. uit de A! Dat zal vanwege het brakke water wel een aparte smaak gehad hebben. Bekend was het Kluinbier. Daarnaast waren er pakhuizen net zoals elders aan de grachtenring. Sommige complexen strekten zich uit tot aan de overzijde van de Laan (parallel aan de A). Aan het water kwamen op de plaats van verschillende pakhuizen huizen van rijke kooplieden.Toen de overgebleven pakhuizen geen funktie meer hadden zijn daarin gedurende de afgelopen tientallen jaren wooneenheden gemaakt
 


Van omstreeks 1870 tot 1938 was hier de kruidenierswinkel annex slijterij van C.J.H. Drewes. Je kon er o.a. petroleum verkrijgen. Dit werd voor petroleumlampen gebruikt. Even was het daarna een café, maar in 1939 werd in opdracht van C.G. Ossevorth een geheel nieuw pand gebouwd. Op de begane grond kwam zijn tegelhandel. Vandaar dat het pand vol zit met de malste tegeltjes. Boven kwamen een lerares aan de meisjes-HBS en een tekenleraar
 

         
Het trappenhuis op de begane grond
 


De woonkamer op 36b met in de bovenlichten glas in lood. De kamer was eerst 'en suite', maar is nu nu één geheel
 


Vanuit de woonkamer zie je uit op het Hoge - en Lage der A. Hier vanaf de begane grond.
Links: Hoge der A, rechts: Lage der A, midden: toren van de A-kerk.
De hoge en lage zijde van de rivier de A, die ontspringt in Westerbork en eindigt in Zoutkamp in de Waddenzee.
De namen staan in verband met de eb en vloed, die hier vroeger merkbaar waren, omdat de A in open verbinding met de zee stond.  


De WC op deze verdieping heeft citroen-gele tegeltjes. Was dat een associatie met citroen-schoon? Oorspronkelijk was hier ook de douche.
Elders zijn de tegeltjes witgekalkt
 

     
Ik dacht dat ze bij de Reformatie nogal rigoreus te werk gegaan waren, maar op 36b heeft men met de witkwast wel erg zijn best gedaan om sporen uit de jaren dertig uit te wissen.
Een paar voorbeelden uit die tijd: groen craquelé op een spiegellijst en op een lamp met blad motief. Rechts een Trijp-kleedje (een fluweelachtige uit wol vervaardigde stof)

 

 

 

Algemeen
Stamboom
Berolini
Gasthuizen
Register Gasthuizen
Mantgum en Schillaard
Begravenen Mantgum en Schillaard
SOL
Hoge der A